Hier vindt u interessante artikelen met betrekking tot natuurvoeding en haar raakvlakken.

18-04-2010 WORKSHOP KRUIDEN VERZAMELEN IN DE UITERWAARDEN EN OPETEN

WORKSHOP KRUIDEN VERZAMELEN IN DE UITERWAARDEN EN OPETEN

Op 9 en nogmaals op 18 april

Het is weer lente. Alles begint weer te leven!  De vogels zingen uitbundig, de eerste vlinders bezoeken de nog schaarse bloemen.

De eerste barbecue is gesignaleerd.

Tijd dus om eens te gaan kijken welke lekkere kruidjes hun kopjes boven de grond hebben gestoken. Onder leiding van Marianne Wensveen trekken we de natuur in om te herkennen en te verzamelen.

En daarna vertrouwen we ons toe aan de kundigheid van Jeanette Matser om er met elkaar een heerlijke maaltijd van te maken. Te denken valt bijv. aan soep, salade en kruidenboter op een knapperig vers stokbroodje.

De workshop vindt plaats in het Transition Town lokaal van Nieuwland aan de Hesselink van Suchtelenweg 4. 6703 CT Wageningen.

Datum en tijd : Op vrijdagmiddag 9 april om 3 uur en nogmaals

op zondagmiddag 18 april om 2 uur.

Kosten zijn € 12,50

Meebrengen iets waaruit men soep en salade kan eten, bestek en beker.

Opgeven kan bij Jeanette Matser, info@goedgevoed.nl tel 06-13368064

18-04-2010
10-04-2010 'Volwaardige vegetarische kookworkshop'

'Volwaardige vegetarische kookworkshop'

Datum

zaterdag 10 april

Tijd

van 10.00 tot 13.30 uur

Kosten

€ 45,00 óf
  9 volle spaarkaarten Wageningse Weelde

Locatie

Wijkcentrum De Nude
Kortestraat 2
6702 BH Wageningen

Maximum aantal deelnemers 10 personen


Het koken met volwaardige is niet eenvoudig. Ze onderscheiden zich van gangbare voedingsmiddelen vooral door hun kwaliteit. Dit komt tot uitdrukking in de smaak, consistentie en houdbaarheid. Volwaardige zijn biologisch, biologisch-dynamisch, seizoensgericht en streekgebonden. het bereiden ervan vraagt extra tijd, die we in deze tijd nog maar weinig over hebben. Ook vraagt het iets extra's van onze spijsvertering, wat door het gebruik vn kruiden ondersteund kan worden. Mijn ervaring is, dat door een goede menu  planning binnen een half uur een smakelijke volwaardige en voedzame maaltijd op tafel kan staan.
Wat gaat kan U verwachten:

  • Het bereiden van granen in soepen, sauzen, hoofdgerecht en als toetje.
  •  Voorjaarsgroenten met hun vitaliteit.
  • Welke kruiden maken de gerechten smakelijk en helpen bij onze spijsvertering.

Als afsluiting van de workshop gaan we met elkaar de proeven.

 

Opgeven bij Jeanette Matser, info@goed-gevoed.nl  of www.goed-gevoed.nl

10-04-2010
09-04-2010 WORKSHOP KRUIDEN VERZAMELEN IN DE UITERWAARDEN EN OPETEN

WORKSHOP KRUIDEN VERZAMELEN IN DE UITERWAARDEN EN OPETEN.

Op 9 en nogmaals op 18 april

Het is weer lente. Alles begint weer te leven!  De vogels zingen uitbundig, de eerste vlinders bezoeken de nog schaarse bloemen.

De eerste barbecue is gesignaleerd.

Tijd dus om eens te gaan kijken welke lekkere kruidjes hun kopjes boven de grond hebben gestoken. Onder leiding van Marianne Wensveen trekken we de natuur in om te herkennen en te verzamelen.

En daarna vertrouwen we ons toe aan de kundigheid van Jeanette Matser om er met elkaar een heerlijke maaltijd van te maken. Te denken valt bijv. aan soep, salade en kruidenboter op een knapperig vers stokbroodje.

De workshop vindt plaats in het Transition Town lokaal van Nieuwland aan de Hesselink van Suchtelenweg 4. 6703 CT Wageningen.

Datum en tijd : Op vrijdagmiddag 9 april om 3 uur en nogmaals

op zondagmiddag 18 april om 2 uur.

Kosten zijn € 12,50

Meebrengen iets waaruit men soep en salade kan eten, bestek en beker.

Opgeven kan bij Jeanette Matser, info@goedgevoed.nl tel 06-13368064

09-04-2010
01-03-2010 Ruim 20 procent meer bio in Europa

Ruim 20 procent meer bio in Europa

De biologische landbouw in de EU27 bedroeg in 2008 7,8 miljoen hectare en dat is een stijging van 21 procent ten opzichte van 2005 en 7 procent meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van door Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. Granen en groenvoeder zijn de belangrijkste biologische akkerbouwgewassen.
 
De vijf lidstaten met het grootste areaal biologische landbouw zijn Spanje (1,3 mn ha), Italië (1,0 mn ha), Duitsland (0,9 mn ha), het Verenigd Koninkrijk (0,7 mn ha) en Frankrijk (0,6 mn ha).

In 2007 was het totale biologische areaal goed voor 4,1 procent  van de totale oppervlakte cultuurgrond in de EU27. De hoogste percentages van de biologische gebied werden geregistreerd in Oostenrijk met 15.7 procent van het totale landbouwareaal, Zweden (9,9 procent) en Italië (8,9 procent). De hoogste stijging in biologisch areaal tussen 2005 en 2008 vond plaats in Polen, Litouwen en Spanje.

Tussen 2007 en 2008 steeg de totale oppervlakte aan biologische teelt in alle lidstaten met uitzondering van Italië (-13 procent). De grootste stijgingen werden genoteerd in Spanje (+33 procent), Bulgarije  (+22 procent), Slowakije (+19 procent), Hongarije (+15 procent) en Griekenland (+14 procent).

Voor de periode tussen 2005 en 2008 zijn de grootste stijgingen te zien in Polen (+94 procent), Litouwen (+89 procent), Spanje (+63 procent) en België (+57 procent). Ook hier daalde het areaal alleen in Italië en Hongarije met respectievelijk 6 en 5 procent. 

In 2008 waren de drie voornaamste toepassingen voor de biologische landbouw weilanden en grasland (44 procent van het areaal), akkerbouw (37 procent) en blijvende teelten (10 procent). De overige 9 procent bestaat uit braakliggende en ongebruikte grond.

In 2008 bestonden de belangrijkste biologische akkerbouwgewassen in de EU27 uit granen (44 procent  van het biologische areaal), gevolgd door groenvoer (42 procent), andere akkerbouwgewassen zoals gedroogde peulvruchten, aardappelen, suikerbieten, akkerbouw zaden en plantgoed (7 procent), verse groenten en industriële gewassen (beide 4 procent).

Granen waren bijzonder belangrijk in Litouwen (79 procent van het areaal akkerbouwgewassen), Portugal (75 procent) en Ierland (73 procent), terwijl de hoogste percentages van groenvoedergewassen werden gevonden in Letland (67 procent), Estland (66 procent) en Zweden (58 procent). 

Bron: Europese Commissie

maandag 1 maart 2010

01-03-2010
22-10-2008 'Vergeten groenten' in de supermarkten

'Vergeten groenten' in de supermarkten

AGD.nl nieuwssite van het Agrarisch Dagblad

28 sep 2008 13:13


De zogenoemde vergeten groenten, zoals aardpeer en wortelpeterselie, worden opgenomen in het reguliere groenteschap van de supermarkten. De C1000 voert ze vanaf november in het assortiment. Als het een succes is, volgen er meer.

Dat vertelt Jac Nijskens van de Stichting Vergeten Groenten zondag tijdens het Feest der Vergeten Groenten op De Historische Groentehof in Beesel. Daar worden 24 gangen geserveerd en de langste 'vergetengroententerrine' van Nederland in vier lagen. Het feest is een jaarlijks evenement waar gezamenlijk een eerbetoon aan de vergeten groenten wordt gebracht. In totaal eten 160 mensen aan de terrine.

Nijskens vertelt dat veel vergeten groenten zo lang weg zijn geweest dat sommige groenten voor verschillende generaties weer nieuw is. De belangstelling voor dit eten groeit nu zo hard, dat volgens hem supermarkten er brood in zien. ,,Vanaf 1 november komen bij de C1000 de meest bekende vergeten groenten beschikbaar zoals pastinaak, schorseneren, aardpeer en meiraapjes. Als dat een succes wordt, volgen ook de PLUS Supermarkt en Albert Heijn'', weet Nijskens. Bij de C1000 is niemand bereikbaar voor commentaar.

Om de 'nieuwe groenten' direct tot culinaire hoogte te brengen presenteerde Fontaine Uitgevers zondag in Beesel Onvergetelijke Groenten van Annette van Ruitenburg, Ruth de Ruwe en Han de Kroon. Zij geven in het boek een 'heerlijk beeld' aan namen als rode spruiten, molsla, kardoen, broccoletto, barbarakruid en oerboet; stuk voor stuk groenten die in de vergetelheid zijn geraakt.


Bron: ANP

22-10-2008
01-07-2007 De Vier Smaken

VIER SMAKEN

Geschreven voor schoolkrant Vrije School Meppel, zomer 2007

 

Zoet, zuur, zout en bitter: ook de meeste kinderen kunnen opnoemen welke vier basissmaken er zijn. In onze mond kunnen we deze vier smaken waarnemen door middel van smaakpapillen. De zoete smaak nemen we vooral waar met de punt van onze tong, het bitter proeven we helemaal achterop. Zuur proeven we vooral met de zijkant, en zout met het middenbovenvlak van onze tong. Binnen die vier basissmaken proeven we vele nuances. Ons reukvermogen speelt daarbij een grotere rol dan we zelf denken. Probeer het maar eens met je kinderen: met je neus dicht proeven. Dan wordt de beleving van wat je eet toch een stuk minder. Ons verlangen naar bepaalde smaken heeft veel te maken met onze emoties en met behoeftes die we, vaak onbewust, met ons meedragen. Zo kun je soms ineens vreselijk veel zin hebben in iets zuurs, of iets hartigs. Zo’n smaak ‘geeft’ je dan wat.

 

Zoet

Het zoete is waar we ons leven als baby mee beginnen: moedermelk is zoet van smaak. De zoete smaak is omhullend, koesterend. Ons leven lang kunnen we, op momenten dat we behoefte hebben aan troost, verlangen naar zoetigheid. In planten ontstaat de zoete smaak vooral in de vruchten, het meest ‘zonnige’ deel van de plant. Het zoet geeft ons, net als de zon, een gevoel van warmte en ontspanning.

 

Zuur

Het zuur heeft een samentrekkende werking. Wie een echt zure vrucht eet trekt z’n gezicht in een grimas; alsof alles samentrekt. Het is een uitgesproken smaak, die je uitdaagt, wakker maakt. Uitstekend dus om de dag mee te beginnen. De zure smaak geeft frisheid en ‘kleur’ aan dat wat je eet.

 

Bitter

Met de bittere smaak hebben we over het algemeen de meeste moeite. Deze smaak heeft te maken met onze levenskracht en onze wil; het vraagt in zekere zin ook een bepaalde wilskracht om ‘door je keel te krijgen’. Omdat je het achter op je tong proeft, is het ook het laatste moment voor je beslist het door te slikken (of uit te spugen).

Er is een oud spreekwoord: ‘bitter in de mond maakt het hart gezond’: je levenskracht wordt er door aangesproken. Bitter smakende voorjaarsplanten als paardebloem en mariadistel hebben een stimulerende werking op onze lever, het orgaan wat onze vitaliteit verzorgt. Het bittere brengt ook onze spijsverteringssappen op gang: zo kennen we het ‘bittertje voor het eten’. De bittere smaak komt steeds minder voor in onze voeding. Omdat we deze smaak niet zo op prijs stellen, wordt door selectieve teelt de witlof en de andijvie bijvoorbeeld steeds zachter van smaak.

 

Zout

De zoute smaak is verbonden met het aardse: het ‘zout der aarde’. Het heeft van alle smaken de meest vormende kracht in zich. Het komt uit het mineralenrijk, en is zó sterk tot essentie teruggebracht dat je er in je voeding maar heel weinig van nodig hebt om het effect te merken. Als de bakker per ongeluk is vergeten om zout in het deeg toe te voegen, heeft het brood veel minder ‘smaak’. Wie te veel zout in de voeding gebruikt, kan te ‘aards’ worden. Zo kan er bijvoorbeeld arteriosclerose optreden, een verharding van de vaatwanden.

 

Gebruik maken van smaken

In de voeding (en de drankjes) van onze kinderen is de zoete smaak vaak rijkelijk vertegenwoordigd. In zekere zin pàst dat ook: we willen onze kinderen koesteren en omhullen. Als dat echter betekent dat ze weinig in aanraking komen met de andere smaken, wordt die koestering wel erg dominant. Natúúrlijk vragen veel kinderen steeds om het zoete: het ìs vaak ook heerlijk om gekoesterd te worden. De zure, bittere en zoute smaken spreken je veel meer aan op je zelfstandigheid, en dat wil niet elk kind. Het is zinvol om ook hierin eens stil te staan bij wat je kind nodig heeft. Als een kind bijvoorbeeld weinig tot eigen initiatief komt of veel ‘moe’ is, kan het helpen om de zoete smaak wat vaker te mijden en wat meer ‘pit’ in te brengen. Een glas zure sinaasappelsap kan ervoor zorgen dat een kind zichzelf wat meer kan bundelen, en als je er wat grapefruitsap bijdoet wordt ook de wilskracht meer aangesproken. Er zijn kinderen die uit zichzelf al sterk neigen naar zure en hartige smaken; dit zijn vaak ook kinderen die goed bij zichzelf kunnen blijven, en zich niet snel uit het veld laten slaan.

 

Suiker, het gemakkelijke zoet

Niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen is het zoet in de voeding vaak oververtegenwoordigd. Veel meer dan vroeger zit er suiker in onze levensmiddelen, zelfs daar waar je het niet verwacht. Chips, groenten in pot, mayonaise, ze kunnen allemaal suiker bevatten. De levensmiddelenindustrie maakt dankbaar gebruik van onze behoefte aan zoete smaken; het gebruik van suiker leidt tot stijgende verkoopcijfers. Om de koestering van het zoet te blijven ervaren, willen we bovendien steeds meer. Een groot nadeel van suiker in de vorm van biet- of rietsuiker is, dat ons lichaam het snel opneemt, zonder dat het daar veel werk voor hoeft te doen. Het effect wat de zoete smaak van zichzelf al heeft wordt door biet- en rietsuiker nog eens versterkt.

We kennen de gevolgen van de overmaat aan suiker op de lichamelijke ontwikkeling van onze kinderen: met name slechte gebitten, overgewicht, stoornissen van de bloedsuikerspiegel zoals diabetes, en de onttrekking van mineralen aan het lichaam. Wie er oog voor heeft kan ook de gevolgen opmerken op de geestelijke ontwikkeling: het houdt kinderen klein en afhankelijk, zorgt ervoor dat ze zich moeilijker kunnen concentreren, en houdt ze ‘te zoet’.

 

Alle reden dus om eens stil te staan bij de smaken die je je kind door de dag heen aanbiedt!

 

 

Marja Vijn

Natuurvoedingskundige te Meppel en Utrecht

01-07-2007
01-05-2007 Fee van Bruxvoort, natuurvoedingsconsulent

Fee van Bruxvoort (29) volgde een opleiding tot natuurvoedingsconsulent. Sinds een half jaar heeft ze een eigen praktijk.
"Ik merk dat de opleiding me gevormd heeft, door de brede kijk op levensprocessen die ik er heb ontwikkeld."
Voor het hele artikel klik hier.

01-05-2007
01-03-2007 Wim van Wouw, chefkok

Wim van Wouw, 35 jaar chef-kok van het Haagse Rudolf Steiner Verpleeghuis en autoriteit op het gebied van antroposofische voeding, pleit voor vers koken, met zoveel mogelijk biologische producten.....

Download hier het hele artikel.

01-03-2007
21-10-2006 Hoeveel kilometers heb ik vandaag eigenlijk op mijn bord liggen?

Regelmatig staat de consument in de supermarkt voor de keuze: koop ik Elstars of Granny Smith? Zelden wordt die keuze vertaald naar het dilemma: koop ik appels uit de Betuwe of die uit Nieuw-Zeeland? Toch is de Elstar nauwelijks 100 kilometer onderweg, terwijl de Granny Smith een kleine 20.000 kilometer moet reizen voordat die op de Hollandse fruitschaal ligt. De aanschaf van een Elstar scheelt dus een hoop vervuilend transport.
Het dilemma wordt des te dringender omdat het voedsel dat wij eten steeds vaker uit verre buitenlanden komt. Dat is niet zo omdat wij meer zijn gaan eten, maar omdat ons menu door de kleiner wordende wereld een grote gedaanteverandering heeft ondergaan. Op elke straathoek zijn producten van over de hele wereld te koop. En niet louter luxe zaken. Een simpele diepvriespizza die vaak achteloos in de oven wordt geschoven is niet zelden samengesteld met ingrediënten uit 5 werelddelen. Een blik tomatensoep met balletjes heeft 32.000 kilometer gereisd voordat het de pan in gaat. De consument die kiest voor duurzaamheid moet zich dan steeds meer gaan afvragen: Hoeveel kilometers bevat mijn bord eigenlijk?
Voeding is inmiddels goed voor een derde van alle transporten over de wereld, zo blijkt uit recent Brits en Belgisch onderzoek. De consument is zich daarvan niet bewust omdat op producten niet het aantal afgelegde kilometers staat vermeld, maar de keuzes die hij maakt hebben wel rechtstreeks invloed op de uitstoot van broeikasgassen. Binnen Europa wordt veelal gebruikgemaakt van de vrachtauto, omdat ook verse producten binnen 48 uur ter plekke kunnen zijn. Vanuit Azië, Australië en Latijns-Amerika worden vliegtuigen gebruikt voor de verse producten en de boot voor de zogeheten bewaarproducten als bananen, ananas en rijst. Een vliegtuig is zeer vervuilend. Volgens het Belgische onderzoek wordt een procent van alle voeding per vliegtuig versleept, maar die vorm van vervoer is wel verantwoordelijk voor 11 procent van de CO2-uitstoot.
Een boot is 100 maal minder vervuilend dan het vliegtuig. Een kilo ananas uit Ghana, een kilo wortelen uit Zuid-Afrika of een kilo sla uit Californië per vliegtuig aangevoerd veroorzaken elk 5 kilo CO2-uitstoot. Wordt diezelfde hoeveelheid ananas per boot aangeleverd dan is de CO2-uitstoot 'nog maar' 50 gram. Vrachtwagens vervuilen tienmaal minder dan het vliegtuig, maar omdat zij in Europa veel worden ingezet, nemen zij in onze contreien twee derde van de totale CO2-vervuiling voor hun rekening. Dat hoge percentage is niet alleen te wijten aan het vervoer van eindproducten van a naar b. Er wordt daarnaast veel met grondstoffen gesleept. In de Waddenzee gevangen garnalen gaan naar Marokko waar ze worden gepeld om daarna weer naar Nederland te worden vervoerd voor de verkoop. Suikerbieten uit heel Nederland moeten worden verwerkt in de drie laatste verwerkingfabrieken die er nog zijn om vervolgens naar de distributiecentra van supermarkten te worden versleept, die ook steeds meer zijn gecentraliseerd omdat ze dat uit logistiek oogpunt makkelijk vinden. En dan weer naar de supermarkten in alle uithoeken van het land.
Zo gaat een kilo suiker gemiddeld drie tot vier keer Nederland rond voordat het in de keuken staat. Waarom gaat dat zo? ,,Transport kost zo weinig als je naar het totaal kijkt', zegt dr. Sanderine Nonhebel, werkzaam bij het Centrum voor energie en milieukunde [IVEM] van de RU Groningen. Nonhebel doet onderzoek naar de invloed van voedselproductie en -consumptie op het milieu. ,,Een kilo Argentijnse biefstuk wordt voor een paar dubbeltjes overgevlogen. Een paar euro verschil in de kalverprijs maakt het al rendabel om ze uit Ierland te halen, omdat het transport nauwelijks iets kost. Als een voedselfabrikant zetmeel nodig heeft dan zet hij een tarweboer in pakweg Groningen af tegen een tapiocaboer in Thailand. Van beide grondstoffen kan zetmeel worden gemaakt en de afstand maakt nauwelijks iets uit. Ook supermarkten werken zo.
Toeleveranciers van over de hele wereld worden op prijs beoordeeld en dan kan een paar centen verschil al de doorslag geven.' Voedselkilometers, of foodmiles op zijn Engels, gaan een steeds grotere rol spelen in de voedingswereld. Sommige experts zijn ervan overtuigd dat het dezelfde invloed op de consumptie en dus productie zal hebben als voedselveiligheid en dierenwelzijn. Vooral in de Angelsaksische wereld is het een onderwerp van gesprek. Het Britse ministerie van voeding en milieu liet vorig jaar een studie uitvoeren naar de invloed van foodmiles op het milieu. Grote supermarktketens met vele consumenten die duurzaamheid hoog hebben zitten, profileren zich met vermelding van het aantal foodmiles op de schappen. In Nederland gebeurt er nog niet veel. Supermarkten zijn bekend met het onderwerp, maar staan niet te springen om naast de vele andere zaken ook nog het aantal voedselkilometers op het etiket te zetten.
Marktleider Albert Heijn hanteert de stelregel: ,,Zo dichtbij als mogelijk en zo ver als noodzakelijk', aldus een woordvoerster. ,,De prijs, de kwaliteit en de beschikbaarheid zijn de uitgangspunten voor onze inkopers. En als we iets van ver moeten halen dan doen we dat. Onze klanten verwachten het hele jaar rond het gebruikelijke aanbod in het schap. Daarin gaan wij mee.' En het idee van seizoensgebonden producten? ,,Daarop proberen we steeds meer te sturen. We kijken eerst naar Nederland. Als dat niet lukt volgens onze eisen gaan we naar Spanje. Maar is Spanje eigenlijk nog ver?'Kan de consument nog iets beginnen? Consumenten kunnen wel degelijk invloed uitoefenen, stellen het Belgische en Britse onderzoek in hun conclusies. Door te letten op de afkomst van de levensmiddelen die zij kopen en door hun voedingsgewoonten te veranderen. Meer seizoensgebonden, regionale producten aanschaffen dus.
,,Zij moeten zich er dan wel van bewust worden dat zij die macht hebben', zei de Britse minister van voeding en milieu naar aanleiding van het rapport van zijn ministerie. Daar zit hem de kneep, althans in Nederland. De consument kan de gewenste keuzes niet maken omdat hij geen informatie krijgt over de voedselkilometers. Volgens Puk van Meegeren van Milieu Centraal, een onafhankelijke informatiebron voor consumenten, zou voeding symbolen moeten bevatten waaruit blijkt hoe het is vervoerd. ,,Vermijd vooral door het vliegtuig aangevoerd voedsel. Maar dat is geen wet van Meden en Perzen. Soms is een paprika geteeld in een Westlandse kas voor het milieu nog vervuilender dan vliegtuigvoedsel.' Van Meegeren beseft terdege dat het een moeilijk verhaal is. We zijn nou eenmaal de weg ingeslagen dat alles het hele jaar door te krijgen is. Het is uiterst lastig die geest weer in de fles te krijgen.
De meeste mensen ervaren het niet als probleem. Voeding, ook uit verre oorden, is betaalbaar en ziet er goed uit. Maar alle beetjes helpen. Bij een feestje kun je denken: Ik wil gewoon mooie producten waar vandaan ook. Voor de alledaagse boodschappen kun je dan wel je steentje bijdragen.' Wetenschapper Sanderine Nonhebel is sceptisch. De huidige samenleving rekent alles op prijs af. Waarom zou dat met voeding ineens anders moeten. Het is naïef om te denken dat dat lukt. Wat zou helpen is die vervuiling in de prijs van producten te verwerken. Een forse CO2-heffing dus. In principe is de oplossing seizoensgebonden streekproducten te kopen. Dat helpt echt. Maar wie weet nog wat dat is? Die kennis is er gewoon niet meer.'

Bron: Trouw

21-10-2006
01-11-2004 Gaat het om het product of het voedingspatroon?

Een vergeten vraag in de prijzenslag om levensmiddelen,
Rob Kloosterman
Dynamisch Perspectief najaar 2004

Wat was ook alweer de aanleiding van de recente prijzenslag in onze levensmiddelenindustrie? Ahold kwam in moeilijkheden door internationaal gestunt met cijfers. De nood was hoog en zoals zo vaak in panieksituaties werd het overzicht verloren en teruggegrepen op de laatste strohalm, die van het manipuleren van de kleinst mogelijk zichtbare eenheid. In dit geval door het steeds verder verlagen van de prijs per product. Veel andere redmiddelen hebben marketeers trouwens niet in huis, hun publicitaire geweld ten spijt. Vervolgens rent de hele branche achter deze "strategie" aan. De consument denkt hier beter van te worden, hetgeen op langere termijn echter een illusie zal blijken te zijn. Hoe altruïstisch de distributie van voeding ook lijkt, het draait ook in deze industrie in de eerste plaats om eigen belang. Gangbare voeding of natuurvoeding, maakt niet uit. Alleen blijft bij de een het belang van de klant wat meer in zicht dan bij de ander. De mate van dit korte termijn denken en kortzichtig eigenbelang verschilt van partij tot partij.
Wanneer wij de levensmiddelenindustrie indelen in "gangbare" en "natuur" voeding dan zien wij dat beide richtingen hun waren uitsluitend per product aanprijzen en vergelijken en weinig pogingen ondernemen om die producten in het breder verband van een voedingspatroon te plaatsen. Wanneer wij niet van goede of slechte levensmiddelen willen praten, dan kan dit wel van goede of slechte voedingspatronen. Overheid en voedingsdeskundigen hameren op gezonde voedingspatronen waarmee de miljoenen gevallen in ons land van sterk voedingsgerelateerde ernstige aandoeningen zoals suikerziekte, kanker, obesitas en hart- en vaatziekten zouden kunnen worden verminderd. De overheid blijkt in dit geval vooruitstrevender dan het bedrijfsleven. Dit komt niet vaak voor en pleit niet voor het "verander vermogen" van onze ondernemers. Overigens is het veranderbeleid van de overheid vooral ingegeven om de sterk stijgende zorgkosten te beheren.
Gangbare levensmiddelen zijn vaak goedkoper dan die uit de natuurvoedingsbranche. Een goed voedingspatroon met natuurvoedingsproducten en bereidingswijzen brengt echter veelal veel lagere kosten met zich mee dan een slecht voedingspatroon met gangbare producten en bereidingwijzen.
Wat betekent dit in de praktijk? De productgroep granen is een goed voorbeeld.
Een individueel voedingspatroon heeft diverse kenmerken. "Natuurlijk" zijn onder anderen kwaliteit en samenstelling. "Cultureel" spelen behalve prijs en beschikbaarheid de factoren tijd, bewaarbaarheid, bereiding en gemak een belangrijke rol. Al deze elementen zijn van groot belang voor supermarkt en consument. Door marktwerking in zowel de reguliere als natuurvoedingsindustrie zijn de granen grotendeels geëvolueerd tot kant en klare brood-, rijst- en pasta producten. Voedzaam en snel te bereiden. Hier lijkt niets mis mee ware het niet dat twee zaken uit het oog worden verloren. Het belang voor het voedingspatroon van niet industrieel bewerkte granen en het feit dat het hier meestal om slechts twee soorten graan gaat; tarwe en rijst, die tegelijkertijd een groot deel van het dagelijkse voedingspatroon beslaan. De vele overige graansoorten en aanverwanten zoals spelt, gerst, gierst, rogge, haver, boekweit enz.met hun onderling verschillende stoffen zijn eenvoudigweg vrijwel uit het zicht verdwenen. Niet rendabel gemaakt en overstemd door de om het hardst roepende tarwe en rijsthandel. De noodzakelijke variatie in ons voedingspatroon wordt hier onnodig tekort gedaan. Het mechanisme van deze ontwikkeling is de wisselwerking van voedingspolitiek, het streven naar winstgevende toegevoegde waarde en onwetendheid van de consument.
Echter, alle soorten granen in onbewerkte vorm voldoen aan de genoemde kenmerken en zijn te verkrijgen in natuurwinkels voor elk budget. Wat rest is goede voorlichting aan consumenten die hen nu bewust en onbewust wordt onthouden. Voorlichting die de illusie van het goedkope product toont en de waarde benadrukt van het voedingspatroon, prijs, kwaliteit en eenvoud van het bereiden en bewaren en de noodzaak daarbij van coördinatie en structuur in de keuken.

01-11-2004